

Business Strategy & Growth
May 25, 2026
11 min leestijd

De meeste westerse aannames over China zitten nog vast in het verleden. We zien het land nog te vaak als een goedkope fabriek vol copycats. Dat is echter een gevaarlijke misvatting. Om mythe en realiteit van elkaar te scheiden, nodigde Sigli’s CBDO Max Golikov Pascal Coppens uit in de Innovantage-podcast.
Pascal is sinoloog en techondernemer en heeft bijna veertig jaar lang de kloof tussen Silicon Valley en China overbrugd. Hij legt uit hoe een survival-first-mentaliteit China vandaag richting een leidende positie in de wereldwijde innovatierace duwt.
In 1988 begon Pascal Coppens Chinees te studeren aan de universiteit in Gent. Wat begon als een academische interesse, groeide snel uit tot een levenslange focus. Zijn fascinatie voor Azië begon echter al eerder. Als kind beoefende hij vechtsporten, waaronder kungfu en karate. Die vroege kennismaking wakkerde zijn nieuwsgierigheid naar de Oosterse cultuur sterk aan.
In 1996 verhuisde Pascal naar China om zijn studies voort te zetten. Dat bleek een keerpunt. Hij besefte al snel dat taal alleen hem niet zou onderscheiden. Daarom breidde hij zijn profiel uit met engineering en business, en rondde later ook een MBA af. Die combinatie zou zijn carrière verder bepalen.
Pascal stapte in 1999 de technologiesector in bij Alcatel, destijds een grote telecomspeler. Zijn carrière bracht hem al snel over grenzen en sectoren heen.
In de vroege jaren 2000 werd hij onderdeel van een bedrijf dat werd overgenomen door een Amerikaanse onderneming. Zo belandde hij in Silicon Valley, waar hij enkele jaren doorbracht tijdens een cruciale periode van wereldwijde technologische expansie.
In 2005 keerde hij terug naar China. Daar bouwde en leidde hij meer dan tien jaar zijn eigen bedrijf. In totaal werkte hij bijna twintig jaar buiten België, grotendeels in China.
In 2017 verhuisde hij terug naar Europa om opnieuw een softwareonderneming te lanceren.
Na zijn terugkeer merkte Pascal een duidelijke kloof op. Veel mensen in Europa hadden een beperkt of verouderd beeld van China. Hij begon zijn ervaringen te delen via lezingen en presentaties. De vraag groeide snel. Vandaag schrijft en spreekt hij uitgebreid over China en helpt hij bedrijven en beleidsmakers om de snelle transformatie van het land beter te begrijpen.
Volgens Pascal is het innovatieverhaal van China in de afgelopen twee decennia drastisch veranderd.
In de vroege jaren 2000 leerde China nog vooral van het Westen. Rond 2015 begon dat te kantelen. De strategie Made in China 2025 markeerde een nieuwe fase. China wilde niet langer volgen. Het wilde leiden.
Chinese innovatie weerspiegelt Silicon Valley niet. Ze functioneert onder andere druk. Omdat de concurrentie extreem hevig is, is overleven vaak de eerste drijfveer. Bedrijven moeten snel bewegen of verdwijnen. Dat verklaart waarom sectoren zoals elektrische voertuigen en AI zich in China zo snel ontwikkelen.
China concurreert niet alleen met het Westen. Het bouwt zijn eigen ecosysteem, met eigen regels en prioriteiten. Europa kampt intussen met tragere besluitvorming en een gefragmenteerde strategie. Daardoor wordt het moeilijker om op hetzelfde tempo te reageren.
China’s economie zit vol tegenstrijdigheden. Juist dat maakt het voor buitenstaanders lastig om haar goed te begrijpen.
Het land voelt soms kapitalistischer aan dan Silicon Valley. Op de werkvloer is de markt keihard. Mensen worden gedreven door concurrentie en door de wens om geld te verdienen. Die energie komt van onderuit.
Tegelijk vertoont China ook sterke sociale kenmerken. Er is een duidelijke poging om groei breder te verspreiden en te vermijden dat mensen achterblijven. Welvaart hoort niet alleen bovenaan te blijven hangen.
Dat creëert een paradox. Aan de ene kant is er felle concurrentie en ambitie. Aan de andere kant is er bescherming en controle.
In de praktijk werkt dat evenwicht. Generaties lang zijn mensen opgevoed met het idee dat ze hard moeten werken, hun leven moeten verbeteren en hun familie moeten ondersteunen.
Maar het systeem laat niet toe dat chaos onbeheerst groeit. De overheid speelt daarbij een belangrijke rol. Ze neemt concurrentie niet weg, maar beheert de druk die eruit voortkomt.
Hier schieten veel westerse interpretaties tekort. Chinese ondernemers zijn niet simpelweg beperkt. Ze opereren in een systeem waarin intense vrijheid onderaan wordt gecombineerd met controle aan de top.
Pascal benadrukte dat veel van wat mensen over China denken niet langer klopt. Sommige aannames waren nooit volledig juist. Maar veel ervan zijn gewoon verouderd.
Een reden is afstand. Tijdens de pandemie werd reizen naar China moeilijk. Sindsdien is de zichtbaarheid beperkt gebleven. China promoot zijn prestaties ook minder direct. Daardoor blijven veel mensen steunen op oude aannames.
China wordt nog steeds gezien als een lagelonenproductieland, gedreven door goedkope arbeid en matige kwaliteit. De werkelijkheid is complexer. China opereert vandaag over het volledige kwaliteitsspectrum. Er bestaan nog steeds goedkope producten, zeker op massamarktplatformen. Maar tegelijk produceren Chinese bedrijven ook goederen van topkwaliteit.
Een andere hardnekkige overtuiging is dat China vooral kopieert van het Westen. Dat was in het verleden gedeeltelijk waar. Vandaag klopt dat veel minder. Chinese bedrijven zijn nu zelf grote innovators. Ze concurreren niet alleen met internationale spelers, maar vooral ook met elkaar. Juist die interne concurrentie heeft de nood aan sterkere bescherming van intellectueel eigendom vergroot.
Een belangrijke motor achter die verschuiving is de opkomst van China’s middenklasse. Honderden miljoenen consumenten vragen om betere producten. Daardoor zijn bedrijven gedwongen om te verbeteren. Innovatie is geen keuze meer. Ze wordt verwacht.
Er is ook veel onbegrip over hoe het Chinese systeem werkt. Velen zien het als puur top-down, gestuurd door overheidsplannen en langetermijnstrategieën. Maar dat is slechts een deel van het verhaal. De overheid geeft richting, maar het momentum komt uit de markt zelf.
China is een van de meest competitieve markten ter wereld. Succes is mogelijk, maar het vraagt een andere mindset.
Overheidssteun kan helpen, maar heeft ook een prijs. Subsidies en incentives kunnen voordelen bieden, maar brengen vaak beperkingen mee. Daarom denken veel bedrijven goed na voordat ze die aanvaarden. Het is nooit een gratis voordeel.
Vroeger hadden westerse bedrijven een duidelijke voorsprong. Tien of twintig jaar geleden verwelkomde China hen met sterke voordelen, zoals belastingkortingen, goedkopere grond en voorkeursbehandeling. In sommige gevallen hadden ze zelfs meer voordeel dan lokale bedrijven.
Die tijd is voorbij. Vandaag is het speelveld evenwichtiger. Via joint ventures en samenwerkingen kunnen buitenlandse bedrijven toegang krijgen tot vergelijkbare voorwaarden als Chinese ondernemingen. De juridische en zakelijke omgeving is volwassener geworden.
Maar dat maakt het niet eenvoudig. De grootste uitdaging is de markt begrijpen. Zonder lokale kennis, taalvaardigheid en de bereidheid om zich aan te passen, hebben buitenlandse bedrijven het zwaar. Wat elders werkt, werkt in China zelden zonder aanpassing.
In sommige sectoren zijn de barrières nog hoger. Software en social media zijn bijvoorbeeld bijzonder moeilijk. De regelgeving is streng, de concurrentie is hevig en opschalen is lastig. Veel wereldwijde techbedrijven hebben dat ondervonden en konden geen stevige positie opbouwen.
Ondernemers hoeven niet naar China te verhuizen of Chinees te leren om succesvol te zijn. Maar de omgeving begrijpen maakt wel een groot verschil.
Taal helpt, omdat het relaties opbouwt. En in China zijn relaties belangrijk. Sterke netwerken maken zakendoen eenvoudiger. Toch is het geen absolute vereiste.
Wat vooral telt, is begrijpen hoe de markt werkt.
In China geldt: zodra er een nieuw idee verschijnt, volgen tientallen concurrenten. Niet alleen omdat ze kopiëren, maar omdat ze kansen zien.
De uitdaging is niet vraag. China heeft meer dan genoeg consumenten. De uitdaging is het enorme aantal concurrenten dat op dezelfde markt jaagt.
Die druk vormt betere ondernemers. Wie in China kan overleven, kan overal concurreren.
In Europa beginnen startups vaak met een idee. Ze willen iets nieuws bouwen, een probleem oplossen en zich onderscheiden. Innovatie komt eerst, groei volgt.
In China is de volgorde omgekeerd.
Bedrijven starten met het eenvoudigst mogelijke product. Niet alleen een minimum viable product, maar echt het absolute minimum dat nodig is om een eerste klant te krijgen. Snelheid telt meer dan perfectie.
Vanaf dag één ligt de focus op verkoop en marktfeedback. Producten worden snel gelanceerd en in real time verbeterd. In plaats van nieuwe markten te creëren, reageren bedrijven op bestaande vraag.
Pas na die eerste strijd, wanneer er minder spelers overblijven, begint de echte innovatie. Dan verfijnen bedrijven hun producten, differentiëren ze zich en breiden ze uit naar nieuwe markten.
Reputatie speelt ook een andere rol. In veel westerse markten moet de kwaliteit vanaf het begin sterk zijn. In China worden vroege imperfecties gemakkelijker geaccepteerd. Als een bedrijf in de beginfase faalt, maakt reputatie toch nog weinig verschil.
Beide modellen kunnen werken. De westerse aanpak, waarin een sterk idee wordt ontwikkeld, financiering wordt opgehaald en vervolgens wordt opgeschaald, kan zeer effectief zijn, vooral in stabiele markten met minder concurrentie en in sectoren die tijd en precisie vereisen.
Maar in snel bewegende omgevingen werkt het Chinese model vaak beter.
Wanneer concurrentie intens is en klantbehoeften snel veranderen, telt snelheid meer dan perfectie. In markten zoals consumer tech, die voortdurend evolueren, heeft de Chinese aanpak een duidelijk voordeel.
Zoals Pascal uitlegde, weerspiegelt het idee dat Chinese auto’s van lage kwaliteit zijn de realiteit niet meer. Chinese fabrikanten bestrijken vandaag het volledige spectrum. Er zijn nog steeds goedkopere modellen, maar er zijn ook premium voertuigen die kunnen concurreren met de beste internationale merken.
Neem bedrijven zoals BYD. Zij bieden alles aan, van betaalbare elektrische auto’s tot high-end modellen. De kloof tussen instapniveau en premium is groot, maar dat geldt ook voor veel wereldwijde automerken.
Chinese bedrijven kunnen nu in de meeste categorieën voldoen aan internationale standaarden. Vroeger concurreerden ze vooral op prijs. Vandaag concurreren ze op kwaliteit, functies en innovatie.
Daarnaast verschuift innovatie ook achter de schermen.
Een groot deel van de innovatie gebeurt nu in de supply chain. Veel moderne autocomponenten — batterijen, softwaresystemen en elektronica — komen van Chinese bedrijven.
In veel gevallen vertrouwen zelfs niet-Chinese automerken op Chinese technologie in hun voertuigen.
China kent grote en dominante bedrijven. Maar echte monopolies mogen zelden onbeperkt blijven bestaan.
De overheid speelt hierin een actieve rol. Net als Europa heeft China anti-monopoliewetgeving. In de afgelopen jaren hebben de autoriteiten agressiever ingegrepen om de macht van grote techspelers te beperken en kleinere spelers te beschermen.
Bedrijven als Alibaba domineren grote delen van de binnenlandse markt. Andere bedrijven, zoals CATL, hebben wereldwijd een zeer sterke positie. In sommige sectoren leiden Chinese bedrijven de wereldmarkt.
Toch staan deze bedrijven onder nauwer toezicht. Als ze te machtig worden of concurrentie dreigen te verstikken, grijpt de overheid in. Het doel is de markt dynamisch te houden en te voorkomen dat kleinere bedrijven worden weggedrukt.
Een ander belangrijk punt is timing. Veel Chinese giganten gingen later internationaal dan hun westerse tegenhangers. Maar dat verandert nu. Bedrijven zoals BYD betreden internationale markten en concurreren rechtstreeks met gevestigde Europese en Amerikaanse merken.
Beleidsmaatregelen zoals invoertarieven of vertragingen in de overstap naar elektrische voertuigen zijn bedoeld om lokale industrieën te beschermen. Maar ze kunnen ook de concurrentie afremmen. Op lange termijn is dat riskant.
De Chinese markt beweegt snel. Prijzen dalen snel. Volledige sectoren verschuiven in korte cycli. In zo’n omgeving falen starre strategieën. Wat wel werkt, is wendbaarheid.
Dat betekent: snel aanpassen, samenwerken met partners, zonder vertraging reageren op nieuwe omstandigheden en een zekere mate van chaos als normaal accepteren.
In veel opzichten zijn Chinese bedrijven daaraan gewend. Ze opereren elke dag in onzekerheid. Na verloop van tijd bouwt dat veerkracht op.
Een van Europa’s grootste uitdagingen is besluitvorming. In tegenstelling tot China of de VS heeft Europa moeite om prioriteiten te stellen en winnaars te kiezen in strategische sectoren.
In China investeert de overheid in ecosystemen, niet in individuele bedrijven. Ze beslist welke sectoren kritisch zijn — zoals groene energie, EV’s of batterijen — en bouwt vervolgens partnerschappen en momentum rond die sectoren.
Europa heeft in het verleden iets gelijkaardigs gedaan. Airbus is daar een klassiek voorbeeld van: verschillende landen leverden componenten en bouwden samen een sterke luchtvaartindustrie op. België en Zwitserland blonken uit in biotech en chemie door gespecialiseerde clusters te stimuleren.
Maar vandaag probeert Europees beleid vaak eerlijk te zijn voor iedereen. Middelen worden te dun gespreid en bedrijven die op eigen kracht misschien niet zouden overleven, worden mee ondersteund. Dat verzwakt de impact. Europa slaagt er vaak niet in om ecosystemen op een beslissende manier te versterken.
Ook in de financieringsstructuur is een verschil zichtbaar. Chinese steun komt vaak in de vorm van leningen gekoppeld aan prestaties, waardoor bedrijven gestimuleerd worden om echte waarde op te bouwen. In Europa komen subsidies vaker voor. Die gaan soms naar bedrijven die al aanzienlijke middelen hebben en bevoordelen zo eerder de meest bureaucratisch vaardige partijen dan de meest innovatieve.
Europese leiders zijn ondernemend en bereid risico’s te nemen, maar de organisatiecultuur remt uitvoering vaak af. In China zitten snelheid en flexibiliteit ingebakken in het systeem. Concurrenten kunnen van de ene dag op de andere opduiken, en marktposities worden voortdurend uitgedaagd.
Een opvallend voorbeeld is Temu. Binnen een decennium daagde het Alibaba uit door distributie te herdenken, tussenlagen weg te snijden, prijzen te verlagen en jongere consumenten aan te spreken.
Huawei toont die mindset op wereldschaal. Zelfs nadat het werd uitgesloten van de Amerikaanse markt en de toegang tot chips werd beperkt, overleefde en paste het zich aan. Het breidde uit naar energie, EV’s, luchthavens en chipproductie en bleef voortdurend op zoek naar nieuwe kansen.
Het populaire idee van een AI-race tussen de VS en China is misleidend. In werkelijkheid benaderen beide landen AI op heel verschillende manieren.
De VS focust op AGI, artificial general intelligence, met als doel AI te creëren die even intelligent is als mensen. Het land ziet de concurrentie als een race om als eerste boven te komen. De inspanningen draaien rond enorme rekenkracht, geavanceerde chips, cloudinfrastructuur en toptalent. Het gaat om het winnen van een theoretische top.
China legt daarentegen de nadruk op praktische toepassing. Bedrijven integreren AI in sectoren zoals productie, gezondheidszorg, materialen en farmacie. Ze focussen op schaalbare adoptie. Veel tools zijn open source en betaalbaar. Zo democratiseert China AI, zodat bedrijven het snel kunnen implementeren.
Die aanpak stelt China in staat om wereldwijde standaarden te zetten in toegepaste AI. Terwijl de VS op AGI jaagt, embedt China AI overal en vormt het zo echte praktijken en verwachtingen.
Vertrouwen speelt ook een rol. Chinese bedrijven en consumenten zijn doorgaans sneller bereid nieuwe technologie te omarmen dan hun westerse tegenhangers. Europa’s voorzichtige houding vertraagt adoptie en beperkt daardoor het concurrentievermogen.
Als een van de grootste AI-ontwikkelaars ter wereld moet China ook deel uitmaken van de wereldwijde discussies over governance, veiligheid en standaarden.
In China ligt de focus niet alleen op het uitvinden van AI-technologie. Ze ligt op het bouwen van toepassingen die echte problemen oplossen. Propriëtaire doorbraken zijn waardevol, maar het echte voordeel zit in hoe AI wordt toegepast. Door AI open source te maken, heeft China een extreem competitieve markt gecreëerd waarin honderden modellen met elkaar concurreren en snel verbeteren.
Open source stimuleert samenwerking. Ontwikkelaars kunnen modellen aanpassen en verbeteren. Daardoor zorgen betere toepassingen ook weer voor verbeteringen in de modellen zelf, wat op zijn beurt weer sterkere toepassingen mogelijk maakt.
Chinese AI evenaart of overtreft inmiddels in veel domeinen de Amerikaanse benchmarks. Dat bewijst dat openheid niet betekent dat je achterop raakt.
Zoals Max en Pascal beiden benadrukten: in AI kunnen brede toegang en snelle iteratie waardevoller zijn dan technologie volledig gesloten houden. De markt zelf jaagt innovatie in een buitengewoon tempo aan.
Wilt u meer leren over technologie en innovatie? De Innovantage-podcast geeft een helder beeld van de trends die er echt toe doen. Mis onze volgende afleveringen niet.
Pascal Coppens is sinoloog, techondernemer, auteur en spreker. Hij heeft bijna vier decennia besteed aan het bestuderen van China en werkte tussen Europa, Silicon Valley en China.
De aflevering gaat over hoe China écht innoveert, waarom veel westerse aannames over China achterhaald zijn en wat ondernemers kunnen leren van China’s snelle en competitieve markt.
Nee. Hoewel goedkope productie nog steeds bestaat, opereert China vandaag over het volledige kwaliteitsspectrum: van betaalbare massaproducten tot premium technologie, elektrische voertuigen, AI-tools en geavanceerde componenten in de supply chain.
Dat beeld is achterhaald. China heeft vroeger veel geleerd van het Westen, maar vandaag zijn veel Chinese bedrijven zelf grote innovators, vooral in sectoren zoals elektrische voertuigen, batterijen, AI, productie en consumententechnologie.
Chinese innovatie wordt vaak gedreven door overleving. Bedrijven lanceren snel, verkopen vroeg, reageren op marktfeedback en verbeteren in hoog tempo. In het Westen nemen startups vaak meer tijd om een idee te verfijnen vóór ze de markt betreden.
Het Chinese MVP-model richt zich op het bouwen van het absolute minimum dat nodig is om een eerste klant te krijgen. Snelheid, verkoop en feedback komen eerst. Diepere innovatie volgt vaak pas later, nadat het bedrijf de eerste concurrentieslag heeft overleefd.
China heeft een enorme consumentenbasis en een dicht veld van ambitieuze bedrijven. Zodra een nieuwe kans opduikt, bewegen veel concurrenten tegelijk, waardoor bedrijven zich voortdurend moeten aanpassen, verbeteren of verdwijnen.
Veel Chinese EV’s zijn vandaag zeer competitief op vlak van kwaliteit, technologie en innovatie. Merken zoals BYD bieden zowel betaalbare als premium modellen aan, en Chinese bedrijven leveren ook cruciale componenten zoals batterijen, software en elektronica.
De VS focust vaak op AGI en frontier AI-ontwikkeling. China focust meer op praktische AI-toepassingen in sectoren zoals productie, gezondheidszorg, materialen en farmacie.
Open-source AI maakt het voor meer bedrijven en ontwikkelaars mogelijk om toepassingen snel te bouwen, testen en verbeteren. Daardoor ontstaat een zeer competitieve omgeving waarin praktische AI-tools sneller evolueren.
Europese ondernemers kunnen veel leren van China’s snelheid, focus op marktfeedback, aanpassingsvermogen en veerkracht. Het Chinese model laat zien dat in snel veranderende markten uitvoering even belangrijk kan zijn als het oorspronkelijke idee.
Europa beweegt vaak trager door gefragmenteerde besluitvorming, voorzichtige regelgeving en financieringsstructuren die middelen te dun spreiden in plaats van sterke strategische ecosystemen op te bouwen.
Niet altijd. Beide modellen kunnen werken. Het Chinese model is vooral sterk in snelle en zeer competitieve markten, terwijl het westerse model goed kan werken in sectoren die precisie, vertrouwen en langere ontwikkelcycli vragen.
De grootste misvatting is dat China nog steeds een goedkope copycat-economie van lage kwaliteit is. In werkelijkheid is het uitgegroeid tot een grote wereldwijde innovatiekracht met een eigen ecosysteem, eigen regels en eigen prioriteiten.

